Nieuws

Regenwormen verrichten nuttig bodemwerk

Geschreven door : Guido Sparreboom
Regenwormen

Bodemleven bestaat uit schimmels en bacteriën en nog veel ander organisme. Wij mensen zouden omkomen in ons eigen afval als ze niet bestonden en planten zouden geen voedsel hebben en niet kunnen groeien. Ook zouden veel vogels, mollen, spitsmuizen etc.die voor hun voedsel van deze wormen afhankelijk zijn niet kunnen leven.

Regenwormen verrichten nuttig bodemwerk

Regenwormen zijn onderdeel van het bodemleven en heel nuttige, omdat ze goed bodemwerk verrichten. Door te graven, te ploegen en te composteren zorgen ze voor een vruchtbare ondergrond.Regenwormen behoren tot de zogenaamde ring- of segmentwormen, waarvan er wereldwijd zo’n 8500 voorkomen – ook bijvoorbeeld bloedzuigers maken deel uit van deze stam.

Onze vertrouwde regenworm kent toch nog 25 soorten
In Nederland leven zo’n 25 soorten regenwormen, waarvan de gewone regenworm het meest algemeen voortkomt. In een hectare grond kan wel een miljoen regenwormen voorkomen. Samen kunnen die wormen per dag zo’n 5 kilometer aan tunnels graven en op jaarbasis verwerken ze zo’n 3000 kilo grond tot compost.

Humusrijke poep

Tegelijkertijd zijn regenwormen prima als compostproducent. Op hun tocht door de ondergrond eten ze letterlijk door de bodem heen. Het dode plantenmateriaal dat daarin zit, gebruiken ze om voedingsstoffen uit te halen. Wat ze niet nodig hebben, poepen ze weer uit: regenwormenpoep bestaat voor zo’n 70% uit humus. Organische stof vol gerecyclede mineralen, die door de herbewerking in het wormenlijf weer beschikbaar worden voor planten.

Stofzuigerslang

Het lichaam van een regenworm heeft wel wat weg van een stofzuigerslang: opgedeeld in allemaal ringvormige segmentjes. Bij een volgroeid regenwormenlijf kunnen het er enkele honderden zijn.In die segmenten zijn kringvormige spieren aanwezig, die er bij aanspanning voor zorgen dat het wormen lichaam langer en dunner wordt. Een regenworm heeft ook spieren die van kop tot kont lopen. Wanneer deze ‘lengtespieren’ aanspannen, wordt de worm korter en dikker.

Voortbeweging

Door het afwisselend aan- en ontspannen van deze twee soorten spieren, beweegt de worm zich voort in de bodem. Hoe makkelijk dat gaat, hangt af van het bodemtype. Bij een losse bodem bijvoorbeeld is het puur een kwestie van de zandkorrels opzij duwen. In een stugge kleibodem eet de worm zich een weg door de ondergrond.

Slijmlaag

Een wormenlijf bestaat tot 95% uit water. De huid is bedekt met een slijmlaag, die wordt geproduceerd door de verdikking of zadel dat op het lijf van een volwassen regenworm zit.

Dankzij de slijmlaag kan een worm zich makkelijker door de ondergrond bewegen losse zandkorrels worden er als het ware door aan elkaar gekit. Ook zorgt het ervoor dat een regenworm minder snel uitdroogt bij droogte en hitte. Bovendien neemt de huid van een regenworm dankzij de slijmlaag gemakkelijk zuurstof op uit de omgeving de zuurstofmoleculen lossen op in het vocht, waardoor de worm kan ademen.Wormen gaan al een flinke tijd mee – de oudste fossiele sporen van wormen gangen zijn zo’n 120 miljoen jaar oud. Zelf fossiliseren wormen niet: hun weke lijf verteert te snel.

Wormen doen het boven de grond

Paren doen wormen bovengronds, als het donker is. Het clitellum produceert extra veel slijm, waardoor de wormen aan elkaar blijven plakken. Kop tegen kont en kont tegen kop liggen ze zo’n twee uur lang sperma en eicellen uit te wisselen. Regenwormen zijn hermafrodiet waardoor elk individu eitjes kan afzetten. Dat gebeurt met behulp van een cocon. Na de paring, terug in de bodem, ontstaat vanuit het clitellum een buisachtig omhulsel, dat de regenworm als het ware ‘uittrekt’ zoals wij een trui uittrekken. Hij kruipt achteruit, waarbij eicellen en spermacelle n in de buis terecht komen. Eenmaal los van het wormenlichaam sluit de buis zich tot een cocon, waaruit na zo’n twee weken kleine regenwormpjes verschijnen.

Meer nachtelijke activiteiten boven de grond
Wanneer er aan het oppervlak opgerolde boomblaadjes te zien zijn die verticaal uit de grond steken dan is dat werk van regenwormen: als de grond te weinig dood plantenmateriaal bevat speuren ze ‘ s nachts het oppervlak af naar afgevallen bladeren, en als ze een smakelijk blad hebben gevonden (ook regenwormen hebben hun voorkeuren wat smaak betreft) trekken ze het aan het aan het steeltje richting tunnel. Bij het naar binnen trekken rolt het blad op tot een sigaar, die vaak een of meerdere dagen naar buiten blijft steken. Zo, blootgesteld aan de lucht, kan het rottingsproces al gedeeltelijk in gang treden, waardoor het voor de wormen vervolgens makkelijker te verteren is.

Wormen hebben geen ogen maar wel een mond
Van heel dichtbij is het mondje van de wormenkop te zien. Ogen zijn afwezig – toch kunnen wormen wel licht waarnemen. Ze voelen licht, te vergelijken met de manier waarop wij temperatuur voelen. Wie in het donker met een zaklamp regenwormen wil bekijken, kan het best rood cellofaan voor de lamp houden. Rood licht nemen de regenwormen namelijk niet waar.

Winterslaap

’s Winters gaan regenwormen in een soort winterslaap: de diapause. Ze kruipen dieper de bodem in en zijn inactief, waardoor ze weinig energie verbruiken. Als de temperatuur hoog genoeg is, worden ze weer actief.

Bodem vruchtbaarder door wormen

Voor vruchtbare bodems, lijkt de oplossing simpel: gewoon een handvol wormen toevoegen aan elk voedselarm lapje grond. Helaas werkt het niet zo eenvoudig. Om ervoor te zorgen dat de wormen overleven, moet er wel voldoende voedsel voorradig zijn. In dat geval kunnen ze de bodem vruchtbaarder maken – maar daar is dus wel een minimumhoeveelheid plantaardig materiaal voor nodig. Als dat ontbreekt, verhongeren de regenwormen.

Biologische landbouw

Biologische landbouw gebruik geen bestrijdingsmiddelen of kunstmest.
Ook in de mest zitten (meestal) geen sporen antibiotica en er is geen sprake van over bemesting dat ook schadelijk is voor de regenworm, Door regenwormen wordt de grond vruchtbaar, maar ook de gangen van de wormen zijn belangrijk. Deze gangen maken dat de wortels de ondergrond kunnen bereiken en daar vocht en voedsel kunnen halen. Ook is er door de wormen gangen een snelle waterafvoer mogelijk en plasvorming op en anaerobe omstandigheden in de bodem kunnen voorkomen.

Laat een reactie achter