Nieuws

Groenbemester voor de biologische landbouw

Geschreven door : Guido Sparreboom
Groenbemester

Is zeer geschikt voor de biologische tuin en landbouw
Een groenbemester is de benaming voor een plant die we gebruiken om de grond te verbeteren. Deze planten zijn onder te verdelen in verschillende categorieën: vlinderbloemigen, grassen, kruisbloemigen en overige planten. Groenbemesters kunnen op diverse manieren bijdragen aan een gezondere grond. Denk hierbij aan:

Het voorkomen van verliezen van mineralen door uitspoeling (als vanggewas)
Het op peil houden van het organische stofgehalte. Hierdoor wordt het bodemleven en de structuur van de bodem bevorderd. Het toevoegen van extra stikstof aan de bodem. Dit geldt echter alleen voor de vlinderbloemige gewassen. Hierbij moet tevens opgepast worden voor zaadvorming van onkruid.

PROFITEER OOK VAN GROENBEMESTING
De voordelen van de groenbemesters zijn per soort verschillend. De ene soort is bijvoorbeeld goed geschikt als bodembedekker, terwijl de andere soort het beste fungeert als leverancier van organisch materiaal. Wilt u groenbemesting optimaal inzetten, dan is het belangrijk om bepaalde informatie in het achterhoofd te houden. Het is en blijft een kunst om de juiste groenbemester op het juiste moment uit te zaaien, en zo dus op een goede plek in het teeltplan neer te zetten. Als u hier rekening mee houdt, zijn groenbemesters een prachtige bodemverbeteraar voor de biologische tuinen en akkers.

Groenbemesters geven meer voedingstoffen terug aan de bodem.
Groenbemesters hebben voeding nodig; dat klopt; om te groeien gebruiken groenbemesters voedingsstoffen uit de grond. Daarentegen sparen ze ook voedingsstoffen uit die anders uitgespoeld zouden zijn door regen of door onkruid zouden zijn opgenomen. En uiteindelijk geeft ze ook weer organisch materiaal en vele malen meer plantenvoedingsstoffen.

Groenbemester gebruiken die geschikt is en in het juiste seizoen.
Uiteindelijk hangt dus veel af van de soort groenbemester zelf en de tijd dat je die zaait. Hieronder volgt dan een opsomming van de groenbemesters die er zijn en hun eigenschappen. Aan de hand van die eigenschappen kun je zelf bepalen of ze geschikt zijn voor je eigen tuin.

Kruisbloemigen

De kruisbloemigen danken hun goede naam als groenbemester vooral aan de snelle kieming, de vlotte grondbedekking en het feit dat ze ook bij lage temperaturen nog behoorlijk goed doorgroeien. Bovengronds geven ze een massaal gewas dat onkruid goed kan onderdrukken. Ondergronds laten ze het echter wat afweten. Ze vormen een soms indrukwekkende penwortel maar door het geringe aantal zijwortels is de totale wortelmassa veel minder dan van grassen en de meeste vlinderbloemigen.
In Nederland worden vooral bladrammenas en gele mosterden in mindere mate bladkool gebruikt als kruisbloemige groenbemester.

Gele mosterd en bladkool zijn erg gevoelig voor knolvoet
zodat ze beter niet geteeld kunnen worden in een bouwplan met koolsoorten.Nadeel is dus dat ze in mindere of meerdere mate waardplanten zijn voor knolvoet, familie van de koolgewassen, en dat ze dus in de vruchtwisseling mee moeten draaien. Ze mogen in ieder geval 4 jaar lang niet op het perceel van koolgewassen gezaaid worden (en anders dus ook; koolgewassen mag je niet telen op percelen waar in de laatste 4 jaar een groenbemester uit deze groep is geteeld. Om die reden zal ik deze groep ook maar kort benoemen. Ze is eigenlijk vooral interessant voor een nieuw stuk grond of voor mensen die niet van koolsoorten houden en ze dus zelden telen.

Bladkool (Brassica napus napus)

Vooral geschikt als nateelt. Maakt veel bladmassa, gebruikt zelf relatief veel voedingsstoffen uit de grond. Zeer gevoelig voor knolvoet.

Gele Mosterd (Sinapsis alba)

Snelgroeiend, kan zowel als hoofdteelt als nateelt worden gezaaid. In zomerteelt wel afknippen omdat ze zich anders uitzaait. In nateelt bevriest ze in de winter en laat dan een mooie losse grond achter. Sterk gevoelig voor knolvoet.

Raap (Brassica rapa)

Geschikt als nateelt (maar wel voor half september zaaien). Gebruikt ook relatief veel voedingsstoffen uit de grond, redelijk gevoelig voor knolvoet.

Bladrammenas (Raphanus sativus oleiferus)

Deze Rammenas maakt nauwelijks een knol maar vooral veel blad. Vooral geschikt voor nateelt, bevriest snel en kan dan gemakkelijk ondergewerkt worden. Waardplant voor het bieten-cystenaaltje, weinig bevattelijk voor knolvoet.

Vlinderbloemigen

Gaat men vlinderbloemigen zaaien voor groenbemesting, dan zal door dat gewas stikstof aan de grond worden toegevoegd. Dat gebeurt vooral in de bovenste laag, waar de (aërobe) wortelknolletjes bacteriën in symbiose leven met deze gewassen. D.w.z. deze bacteriën halen de stikstof uit de lucht en leveren dat aan de planten en krijgen daar zelf voeding en vocht van de plant voor terug. De plant heeft van deze bacteriën zelf helemaal geen last. Het is dus een nuttige bacterie. (Je kunt de wortelknolletjes heel goed zien bij tuinbonen)

De hoeveelheid stikstof die gebonden wordt is aanzienlijk en zal na het onderwerken van het gewas geleidelijk aan weer omgezet worden voor het volgende gewas.

De vlinderbloemigen kunnen wel uit diepere lagen van de bodem voedingsstoffen opnemen en die later aan de bodem afgeven. Vlinderbloemige groenbemesters zijn uiteraard wel familie van de vlinderbloemige groenten als erwten, peultjes, bonen, tuinbonen, kapucijners en moeten dus wel meesdraaien in de vruchtwisseling. Niet zo streng als bij de kruisbloemigen maar zaai minimaal 1 jaar, en liever nog 2 jaar geen vlinderbloemige groenbemesters voor of na peulgewassen.

Gele Lupine (Lupine luteus)

Eenjarig, vooral geschikt voor lichte zanderige zure gronden. Legt goed stikstof vast, groeit in het begin traag maar later levert ze voldoende organische stof.

Alexandrijnse Klaver (Trifolium alexandrinum)

Deze klaver kan zowel als hoofdteelt als nateelt gezaaid worden. Ze bevriest in de winter, wortelt niet zo diep maar levert goed stikstof uit de wortels.

Incarnaatklaver (Trifolium incarnatum)

Wortelt ondiep en legt minder stikstof vast dan bij de andere Klavers. Maar groeit snel en daardoor geschikt voor nateelt, levert een gemiddelde hoeveelheid organische stof.

Rode Klaver (Trifolium pratense)

Vaste plant, alleen geschikt als hoofdteelt. Legt voldoende stikstof vast en is groter als plant en levert daardoor meer organische stof.

Witte Klaver (Trifolium repens)

Vaste plant, is alleen geschikt als hoofdteelt. Bevriest niet en heeft de neiging in het voorjaar weer gewoon “boven te komen”. Daarentegen wel een goede stikstofbinder.

Serradella (Ornothopus sativus)

Levert een gemiddelde hoeveelheid stikstof. Bedekt de grond niet volledig hetgeen wieden noodzakelijk maakt. Daarentegen maakt ze zeer lange penwortels die goed zijn voor de drainage van de grond. Allen geschikt als hoofdteelt.

Veldboon (Vicia faba)

Familie van de Tuinboon. Legt relatief veel stikstof vast maar bedekt de grond niet volledig (wieden).

Wikke (Vicia sativa)

Ze bedekt de grond niet helemaal goed (hetgeen wieden noodzakelijk maakt), bevriest gemakkelijk en levert een goed hoeveelheid stikstof. Kan tot 20 augustus gezaaid worden.

Grassen

zijn ook zeer geschikt als groenbemester omdat ze niet in de vruchtwisseling mee hoeven te draaien (grassen hebben geen familie in de groentewereld). Verder bedekken ze over het algemeen de bodem heel goed. Geven geen stikstof maar leveren wel veel organisch materiaal (en elke grondverbeteraar is zeer welkom op onze vette klei). Ze gebruiken relatief veel voedingsstoffen maar houden die dan ook weer vast, samen met een teveel aan vocht in de winter. Op klei moet altijd gespit worden dus voor ons geen probleem. Voor mensen die normaal gesproken niet spitten is het even wennen want gras-groenbemesters moeten wel ondergespit worden.

Engels Raaigras (Lolium perenne)

Sterk en snelgroeiend. Levert niet zo veel stikstof, heeft zelf voedingsstoffen nodig om te groeien maar levert veel organisch materiaal. Bevriest niet snel.

Rogge (Secale cereale)

Kan zowel als hoofdteelt als nateelt gezaaid worden. Kan zelfs tot half oktober nog gezaaid worden en daardoor zeer geschikt als late nateelt. Ze wordt dan pas in het voorjaar ondergespit. Levert relatief weinig stikstof, wel veel organisch materiaal en bedekt de grond goed.

Westerwolds raaigras (Lolium multiflorum westerwoldicum)
Mijn favoriet. Bedekt de grond zeer goed met frisgroen blad. Is wel wat lastig onder te spitten in de winter omdat ze relatief dikke vaste wortels maakt. Wellicht beter wachten tot in het vroege voorjaar, wanneer ze afsterft. Levert veel organische materiaal en kan tot half september gezaaid worden. Levert niet zo veel stikstof.

Laat een reactie achter