Duurzaam

Biologische wol is diervriendelijker

Geschreven door : Guido Sparreboom
Biologische wol is diervriendelijker

maar niet altijd vrij van chemische behandelingen.
Helaas is niet biologische wol niet al te diervriendelijk. In de meeste landen is wol een bijproduct voor de vleesproductie in de intensieve veehouderij. De oplossing Is voorhanden, koop biologische wol, en is dat er niet, let er dan op dat in het label niet aangegeven staat dat de wol uit Australië komt. Met wol uit Zuid-Amerika, Nieuw-Zeeland of Europa zit je safer omdat er diervriendelijker wordt gewerkt en er minder chemicaliën zijn gebruikt.

Biologische wol

Ondanks dat hier bijna een miljoen schapen in de wei lopen, stelt Nederland niet veel voor als het gaat over wolproductie. Onze schapen dienen vooral voor de vlees-industrie. Dan Australië: wereldwijd wordt er volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties ongeveer 2 miljoen ton wol geproduceerd, waarvan de Australiërs ongeveer 20 procent voor hun rekening nemen. Slechts een piepklein gedeelte van die enorme wolberg, ongeveer 1,5 procent van de totale productie, zou biologische wol zijn.

Wol ventileert

Wol beschikt over het grootste absorptievermogen van alle natuurlijke vezels. Daardoor is het zo’n uitstekende antitranspirant. Wol neemt alle vocht gemakkelijk op en ‘ademt’ het vocht als het ware ook weer uit. Wanneer de wolvezel damp absorbeert, staat het tegelijkertijd warmte af.

Wol is licht

De natuur is een wonder op zich. Zij heeft ervoor gezorgd dat de vezels van een dikke schapenvacht zo licht zijn als een veertje. Een wollen dekbed is, naast heerlijk warm, ook zacht en vol volume.

Wol is zelfreinigend

In elke schapenvacht bevindt zich lanoline – het natuurlijke wolvet. Het maakt de wol zelfreinigend, bacteriewerend en vuilafstotend.

Wol is vormvast
Een wolvezel is enorm elastisch. Zodra deze wordt uitgerekt, krijgt de vezel snel haar oorspronkelijke lengte en vorm terug. Dankzij die veerkracht zijn wollen stoffen goed kreukherstellend.

Wol heeft een lange levensduur

Wol heeft een zeer lange levensduur maar liefst zo’n tachtig jaar. Tijdens die hele periode behoudt het materiaal haar natuurlijke, goede eigenschappen.

Wol is duurzaam

Wol is een vernieuwbare grondstof op een natuurlijke manier krijgt het schaap immers een nieuwe vacht. Bovendien is wol 100% recyclebaar. Het neemt stoffen op en verlaagt het CO2-gehalte in de lucht. Schapenwol is dus een natuurlijke klimaatverbeteraar!

Wol voorkomt huismijt

Zuivere scheerwol in uw bed of matras biedt een optimale ventilatie. De temperatuur en hoeveelheid vocht wordt gereguleerd, zodat het materiaal geen aantrekkelijke omgeving is voor huismijt. Als u het (dek)bed regelmatig lucht, krijgt de huismijt geen kans. Ideaal voor mensen met een allergie.

Wol werkt brandvertragend
Wol is een relatief veilig materiaal bij een brand. Het verbrandingspunt ligt rond de 600º Celsius. Wol vormt geen (brandende) druppels die voor uitbreiding van de brand kunnen zorgen.

Wol voorkomt schimmel

Schimmels krijgen weinig kans bij wol. Zij hebben namelijk warmte nodig en een relatieve luchtvochtigheid. Omdat wol dat zelf reguleert, zal er geen klimaat ontstaan waarin schimmels zich makkelijk ontwikkelen.

Wat is biologische wol eigenlijk?

Biologische wol verwijst op de eerste plaats naar het boerenbedrijf, naar de manier waarop de schapen worden gehouden. Biologische veehouderij zet in op een gezonder systeem dat meer in balans is met de natuur. Dit betekent onder andere dat de schapen niet worden behandeld met insecticiden en pesticiden, dat ze beschikken over ruime weides die eveneens op biologische wijze worden onderhouden, en dat ze niet worden bijgevoerd met genetisch gemodificeerd voer.
Volgens de Britse organic soil association is het belangrijkste verschil dat in de biologische schapenhouderij geen preventief gebruik van antibiotica plaatsvindt, iets dat in de conventionele veeteelt heel gebruikelijk is. Schapen worden bijvoorbeeld zeer regelmatig ontwormd (in bepaalde situaties elke vier tot zes weken) ook als ze geen wormen hebben. In de biologische veehouderij wordt geprobeerd om ziektes met een holistische aanpak onder controle te houden, bijvoorbeeld door de schapen in rotatie met runderen te laten grazen. Hierdoor zijn zowel voor runderen als schapen verschillende grassoorten beschikbaar, met als gevolg een gevarieerder dieet en gezondere, minder voor ziektes vatvare dieren.

Verdere bewerkingen

Toch is biologische schapenhouderij pas de eerste stap in de richting van een kledingstuk dat kan worden gecertificeerd als biologisch. Dat komt omdat de wol in de verdere productiestadia nog allerlei bewerkingen moet ondergaan voordat er iets van kan worden gebreid of geweven. In de conventionele industrie wordt daarbij vaak gebruik gemaakt van zwaar vervuilende methodes. Dat begint al direct na het scheren. De conventionele wol wordt dan vaak nog eens bewerkt met insecticiden, bijvoorbeeld tegen motten. Vaak bevatten die bestrijdingsmiddelen de gifstof permethrin.

Vervolgens moet de wol worden gewassen

Ongewassen ‘vette’ wol bevat naast vuil en plantaardige resten die in de schapenvacht blijft zitten, een aanzienlijke hoeveelheid ‘wolvet’. Dat moet er allemaal af.
In de traditionele wasserijen worden niet alleen enorme hoeveelheden water gebruikt maar ook oplosmiddelen. Veel van die detergenten zijn zo belastend voor het milieu dat ze in westerse landen verboden zijn. Een groot gedeelte van de industrie heeft daarom voor de gemakkelijke weg gekozen en dit deel van de productie verplaatst naar landen waar minder zorgvuldig met milieunormen wordt omgesprongen.

Chloreren

De bedrijven die wel in het westen blijven produceren, moeten natuurlijk aan milieu-eisen voldoen. Maar ook zij gebruiken in de verwerking van wol vaak verontreinigende chemische middelen die in elk geval in strijd zijn met het begrip ‘bio’.

Dat is bijvoorbeeld het geval met een volgende stap in de conventionele verwerking van wol, het ‘chloreren’. Als je een wolvezel onder de microscoop zou bekijken, zou je zien dat deze eigenlijk bestaat uit over elkaar heen grijpende schubben. De grootte en de vorm van deze schubben zijn van invloed op hoe de wol aanvoelt, of hij zacht of hard is en of hij kriebelt of niet. Door de wol te bewerken met chloor worden de schubben als het ware afgevlakt. Bovendien wordt de wol in dat proces ook krimpvrij gemaakt (hij verliest het verviltingsvermogen) en is hij beter te verven. Het krimpvrij maken van de wol is natuurlijk een belangrijke stap om uiteindelijk ook wasbare kledingstukken te kunnen maken.

Certificaten

Terug naar de biologische wol. Wat is er bijvoorbeeld nog duurzaam aan een kledingstuk waarvan de wol weliswaar afkomstig is uit biologische veeteelt, maar waarvoor in het verdere productieproces chloor, milieubelastende ontvetters of chemische verfstoffen zijn gebruikt? Met de beoogde duurzaamheid houdt het dan ergens halverwege op.
En daarmee begint ook de verwarring. Sommige grote kledingmerken benadrukken dat een gedeelte van hun grondstoffen afkomstig is uit biologische landbouw. Over de vervolgstappen in het productieproces zegt dit echter niets, wat het er voor de consument niet duidelijker op maakt.
Er moeten dus regels zijn waarbij het hele productieproces wordt gecontroleerd en in beeld wordt gebracht. De meest gehanteerde norm voor biologische textiel is de Global Organic Textiles Standard (GOTS). Als een kledingstuk GOTS-gecertificeerd is, dan is het gegarandeerd van biologische herkomst en kan je ervan op aan dat ook de verdere verwerking (ontvetten, verzachten, verven enzovoort) voldoet aan strenge duurzaamheidseisen.

Wasbare biologische wol

Het gebruik van detergenten en chloreren in de conventionele industrie is er natuurlijk niet zomaar, het dient om wol te produceren die door ons wordt ervaren als prettig draagbaar én praktisch. En praktisch betekent dat we wol ook graag machinewasbaar willen hebben. Hoe wordt dit opgelost bij biologische wol?
Tot enkele jaren geleden was dat een reëel probleem. Biologische wol kon toen alleen bij een lage temperatuur en op de hand worden gewassen, anders was het risico van krimp en vervilting groot.
Een van de nieuwste innovaties is de zogenaamde plasma-behandeling. Daarbij worden geen chemicaliën gebruikt maar wordt de wol gedurende een korte tijd als het ware onder stroom gezet, vergelijkbaar met een bliksemflits. De ‘geïoniseerde’ lucht die hierdoor ontstaat reageert met de wol en beïnvloedt de eigenschappen ervan.
Met deze nieuwe methode wordt niet alleen het waterverbruik met 50-60% teruggebracht, de plasma-behandeling maakt ook chloreren en andere chemische toevoegingen overbodig en is energiebesparend ten opzichte van conventionele bewerkingen.
Voor de gebruiker is belangrijk dat de sterkte en elasticiteit van de wolvezel niet worden aangetast, en dat de wol machinewasbaar is. Én dat de plasma-behandeling GOTS- en IVN Best gecertificeerd is.

Plasma-treatment

Nog lang niet alle biologische wol is op deze manier behandeld, dus heel vaak blijft het oppassen geblazen bij het wassen. Maar bepaalde producten van merken als Engel Natur en Lanius zijn wel al gemaakt van wol die op deze manier is gemaakt.