Opmerkelijk

Chemisch landbouwgif gevaarlijk

Geschreven door : Guido Sparreboom
Landbouw gif wel zeker ook giftig voor de mens

Nederland is groot gebruiker van chemische bestrijdingsmiddelen en bekend is dat deze chemische stoffen slecht zijn voor het milieu en alles wat leeft. De biologische landbouw gebruikt natuurlijke bestrijdingsmiddelen die gemakkelijk afbreekbaar zijn, omdat ze natuurlijk zijn en dus niet slecht voor het milieu. Plantaardige gifstoffen zijn in de natuur en in de evolutie ontwikkeld door de plant of boom zelf om insecten en schimmels te weren. Ze zouden dus in sterke concentratie ook een gevaar op kunnen leveren voor de mens. Tenslotte is bekent dat je geen giftige bessen, paddenstoelen of plantendelen moet eten. Zo worden de boterbloem, vingerhoedskruid of brem niet gegeten door grazers, omdat deze giftig zijn en dat is exact de bedoeling van de plant. Fruitsoorten doen vaak het tegenovergestelde, de planten zijn zoet en voedzaam voor dieren zodat de zaden kunnen worden verspreid.

Chemisch gif is dus slecht afbreekbaar en kan zich opslaan in het vetweefsel. Zo kan het slecht afbreekbare chemische bestrijdingsmiddel in het grondwater wegzakken, door de rivieren en in zee stromen en alsnog op worden genomen door alg of plankton. Deze worden vervolgens weer gegeten door de vissen, die later weer op ons bord komen. Ook bij vissen worden de kleine beetjes opgeslagen en uiteindelijk eten we ons eigen bestrijdingsmiddel. Biologische bestrijdingsmiddelen worden echter wel snel afgebroken en bereiken nooit de zee.

Voor het milieu zijn biologische bestrijdingsmiddelen velen malen beter dan chemische en ook voor de mens zijn ze veel minder gevaarlijk (afhankelijk van de concentratie en het middel), omdat ze afbreekbaar zijn en niet ophopen (stapelen) in het lichaam.

Het grootschalige gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in de landbouw wereldwijd is volgens de VN gevaarlijk voor de volksgezondheid, heeft rampzalige gevolgen voor het milieu en is in strijd met de rechten van de mens. Jaarlijks sterven 200.000 mensen aan acute vergiftiging door bestrijdingsmiddelen. Dat stelt de Rapporteur voor het recht op Voedsel van de Verenigde Naties deze week in een nieuw verschenen rapport van 2017 (bron: Foodwatch).

Natuurlijk zijn deze gegevens schokkend, maar het sterfte cijfer ligt waarschijnlijk nog veel hoger. Veel mensen krijgen chronische ziekte verschijnselen. Ziektes als kanker ontwikkelen zich vaak over de jaren en de oorzaak is meestal moeilijk te herleiden.

Wanneer chemische stoffen stapelen wordt de kans dat het DNA aangetast wordt in de cel groter en neemt ook de kans op kanker toe. Gelukkig scheiden we ook wel chemische stoffen uit. Zo wordt Glyfosaat in bloed gevonden, maar ook in de urine.

Het blijft moeilijk te bewijzen en de onderzoeken blijven op dit vlak onvoldoende, waardoor niemand precies kan vertellen hoe gevaarlijk bestrijdingsmiddelen zijn. Het zal ook wel voor een groot deel afhangen van de concentratie en hoeveelheid (norm) van de chemische bestanddelen, de tijd dat je ermee in aanraking bent geweest en of je daarnaast gezonde groente en fruit eet. Zo kunnen antioxidanten in groente en fruit mee helpen de radicalen af te voeren, maar je moet ook voldoende drinken en over een vitale gezondheid beschikken.

Proeven op kleinere diersoorten als ratten hebben ruimschoots bewezen dat de middelen schadelijke gevolgen hebben. Ook de vele verhalen over arbeiders die direct in contact komen met chemische middelen en hier onvruchtbaar en ziek van worden zijn geen nieuws. Dat zwangere vrouwen die in de nabijheid van gebieden wonen in derde wereldlanden, waar chemische producten worden gemaakt of deze gebruikt worden in de landbouw, kinderen krijgen met geboorte afwijkingen is ook al oud nieuws. Duidelijk is dat de stoffen gevaarlijk en bedreigend zijn voor de volksgezondheid. Het hoeft dus ook geen groot nieuws te zijn dat chemische middelen als Glyfosaat een bedreiging kunnen vormen voor de voor de volksgezondheid.

Biologische producten

Geven een stuk meer zekerheid, ook al moet je ook hier de natuurlijke bestrijdingsmiddelen tot een minimum beperken. Hoe lager de concentratie hoe minder schadelijk. In de biologische landbouw maken ze gebruik van wisselteelt (bijvoorbeeld het ene jaar aardappelen en het volgende jaar graan). Ook wordt er gebruik gemaakt van natuurlijke vijanden (zoals de sluipwesp en het lieveheersbeestje) en van sterkere plantenrassen die minder vatbaar zijn voor plagen en ziekten. De planten bij de biologische teelt krijgen geen kunstmest (maar mest en compost) en zijn daardoor sterker en beschikken over een natuurlijk en gezond afweersysteem. Onkruid wordt niet bestreden met middelen en wordt bestreden met de hand, machinaal of door de grond af te dekken. Ook wordt er geen roofbouw gepleegd op de grond en blijft het bodemleven ongeschonden. Kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen kunnen het bodemleven aantasten, waardoor minder omzetting mogelijk is van organische bestanddelen naar voedsel voor de plant. Zo kunnen we nog wel even door gaan en dan hebben we het niet eens over de vogels die minder voedsel hebben of bijvoorbeeld de bijen die ziek worden en dood gaan bij gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. Daarbij is er ook nog sprake van reststoffen (kunstmest en chemische stoffen) die slecht afbreekbaar zijn, in de grond blijven zitten en over de jaren een negatieve werking hebben op het bodemleven en de groei van de plant. Tenslotte komen hierbij de negatieve effecten van de bestrijdingsmiddelen op de grondoppervlakte, het drinkwater en het milieu.

Hormoonverstorende stoffen (Endocrine Disrupting Chemicals of EDC’s)

Bestrijdingsmiddelen kunnen ook de hormoonhuishouding in het lichaam van de mens verstoren. Ze doen dit positief bij schadelijke insecten, waardoor deze niet meer voorplanten of groeien, ontregeld raken en hierdoor uiteindelijk dood gaan. Mensen zijn nu eenmaal ook organisme en een chemische hormoonverstorende stof kan dus ook onze lichamelijke en geestelijke gezondheid (zelfs IQ) en dus het zenuwstelsel en immuunsysteem negatief beïnvloeden. Verder kan het een negatieve invloed hebben op het ongeboren kind en andere negatieve effecten veroorzaken van problemen met de voortplanting, tot obesitas en zelfs DNA verandering (borst-, prostaat- en zaadbalkanker).
Deze hormoon verstorende stoffen zitten ook in andere chemische producten als vlamvertragers en weekmakers, die gebruikt worden voor plastic en zelfs cosmetica (parabenen). Chemisch stoffen kunnen door de luchtwegen, de huid en voedsel en water het menselijk lichaam binnen komen. Het is dus oppassen geblazen met al deze chemische middelen en je zou veel minder of geen risico lopen wanneer je biologisch geteelde producten koopt. Ook moet je voorzichtig blijven met alles wat te maken heeft met chemische stoffen (schoonmaakmiddelen, verfverdunners etc.) en met dingen als het verwarmen van voedsel in de magnetron in een plastiek bakje of van voedsel dat is verpakt in plastic (neem glas of metaal). Vooral zwangere vrouwen en kleine kinderen kunnen beter biologisch eten en wegblijven bij chemische stoffen. Ook kinderen moet je niet laten spelen met plastic speelgoed tenzij het hard plastic is (bevat geen weekmakers) en goedgekeurd is met een keurmerk. Een Teflon koekenpan kan ook giftig zijn en het is daarom beter keramische pannen aan te schaffen. Leef je leven, leef bewust