Duurzaam

Groene mannetjes kikkers kwaken in het voorjaar

Kikkers ontwaken in het voorjaar

De meeste van de 10 soorten kikkers in Nederland overwinteren in de modder op de bodem van een sloot of vijver. Ze hebben tijdens de winterslaap een vertraagde hartslag en ademen door hun huid. Met de longen wordt bovenwater geademd en zodra de temperaturen stijgen rond april, ontwaken ze en zoeken de kikker hun geboorte poel op. Hier is het water ondiep helder, zuurstofrijk en warm en prima geschikt om te paren en om eieren te leggen.(kikkerdril).

Ook padden trekken naar hun geboorte plek (de paddenpoel)

In biologisch opzicht verschillen padden niet veel van kikkers, maar leven meer op het land. In het voorjaar ontwaken ook de padden uit hun winterslaap en trekken dan naar de vijvers en sloten (waar ze zelf geboren zijn) om daar te paren en eitjes af te zetten (de zogenaamde paddentrek). Soms hebben de grotere vrouwtjespadden al een mannetje op hun rug nog voor dat ze het water bereikt hebben. Het zijn de mannetjes die als eerste die aankomen op de paringsplek en beginnen dan bijna non stop te kwaken. Ze gebruiken hiervoor hun opblaasbare kwaak blaas, die aan weerszijde van de bek bevindt. Elk soort heeft een eigen geluid en trekt daarmee de specifieke vrouwelijke soortgenoot aan.

De voortplanting

Alleen de groene mannetjes kikkers en ook paden kwaken in het voorjaar. De vrouwtjes kiezen voor de grootste mannetjes die het meeste lawaai produceren. Soms zijn het meerdere mannetjes tegelijk die zich vastklemmen aan de rug van het grotere vrouwtje. Zodra het vrouwtje de eieren begint te leggen, worden de eieren ook uitwendig bevrucht door het mannetje. Een kikker kan wel 4000 eitjes leggen. Deze eitjes hechten zich aan elkaar en aan takjes in het water. De padden leggen echter lange eieren snoeren die wel 4 meter lang kunnen worden. In de doorzichtige eieren gelei ontwikkeld zich kleine zwarte kikkervisje met een staartje en kieuwen. Deze wordt door het kikkervisje gebruikt om mee te zwemmen en te ademen. In een later stadium als het kikkervisje groter wordt verdwijnen deze beiden langzaam. De pootjes ontwikkelen zich samen met de longen.

Natuurlijke vijanden

De reiger en ooievaar zijn de grootste natuurlijke vijanden van de kikker, maar ook de snoek, buizerd, vos, egel of slang. Kikker eieren moeten daarom wel met grote aantallen worden gelegd, om zo de soort in stand te houden. Soms blijven er uiteindelijk maar een paar kikkers van een heel broedsel in leven. Van de kikkervisjes wordt al voor ze het volwassen stadium bereiken zo’n 95 % opgegeten door verschillende waterdieren. Eén van de grootste vijanden is de geel gerande watertor, zowel de larven als de volwassen torren eten veel kikkervisjes. Verder leven er ook bootsmannetjes, salamanders, libellen larven, vogels en vissen van deze kleine kikkervisjes.

Kikkers nemen weer in aantal toe

Wereldwijd zijn er tegenwoordig bijna 7000 verschillende soorten kikkers beschreven en zo’ n 1000 amfibieën (zoals de salamanders).  Zo’n 15 jaar terug is er een groot onderzoek geweest naar de afname van amfibieën. Uit dit onderzoek bleek dat een derde van alle amfibieën op aarde met uitsterven bedreigt word en door verschillende oorzaken. Kikkers worden door de mens wereldwijd gegeten en met name in Azië. Ook al wordt de vraag groter naarmate de wereldbevolking stijgt, het is niet direct de oorzaak van de bedreiging van de amfibieën. Het zijn de indirecte oorzaken als : vervuiling, landbouwgif, afname natuurlijke omgeving door ontbossing en landbouw. Ook door ruilverkaveling en drooglegging en afgraven van veengronden, hebben in Nederland hun tol geëist van het aantal amfibieën.

Kikkers die in Nederland worden bedreigd

Na het landbouwgif DDT in 1973 in Nederland verboden werd, nam het aantal amfibieën weer langzaam toe. Ook de reigers en ooievaars zijn daardoor weer meer te zien. Toch zijn niet alle soorten kikkers even talrijk en sommige zijn zelfs heel kwetsbaar en bedreigd. Alle kikkers en padden zijn beschermd, maar de volgende soorten zijn bedreigt: Bruine kikker, Heidekikker, Boomkikker, Poelkikker, Bastaardkikker en Meer kikker. Van de padden zijn dat de Vroedmeesterpad en de Rugstreeppad. Ook in Nederland zijn de amfibieën nog erg kwetsbaar omdat de vervuiling nog steeds toeneemt en er veel meer grootschalige landbouw is gekomen. Ook zorgt de dunne huid ervoor dat amfibieën snel last hebben van het landbouwgif en de meststoffen. Landbouwgif zorgt er ook voor dat het aantal insecten of waterdiertjes sterk is afgenomen en daarmee ook het belangrijkste voedselbron van de amfibieën. Gelukkig is de groene kikker nog talrijk en komt nog overal voor in Nederland.

Kikkers zijn heel nuttig omdat ze allerlei insecten eten. Zij vormen om hun beurt weer een belangrijke bron aan voedsel voor veel diersoorten. Ze zijn dus een belangrijke schakel om de soortenrijkdom in Nederland en in de wereld in stand te houden. Leef je leven, leef bewust!

Wat is uw mening over artikel?